7 + 8

todo78.tif

Ik heb nog een paar halfslachtige pogingen gedaan om iemand mee te krijgen naar Bleau. Dat is niet gelukt. Ik snap het ook wel. De weersvoorspelling was belabberd, zo belabberd dat ik vrijdagavond helemaal geen zin had om in de auto te stappen. Om een onverklaarbare reden kapte ook nog eens de autoradio ermee. Zaterdagochtend stap ik toch in. Alleen en zonder muziek. De dame van GoogleMaps op mijn telefoon had ook al niet veel te vertellen. ‘Over zeshonderd meter, flauwe bocht naar rechts. Flauwe bocht naar rechts.’ Daar zit je dan tientallen kilometers lang op te wachten. Op zo’n opmerking. Halverwege België wordt het toch spannend. Vijf ongelukken binnen twintig kilometer; stuifsneeuw, ijzel. Een geschaarde vrachtwagen waardoor de snelweg compleet is afgesloten, een busje ondersteboven in een akker naast de weg, een mercedes achterstevoren tegen de vangrail…

In Bleau loop ik door de krakende sneeuw langs afgelegen boulders. Alpha Jet is er zo eentje. Die ligt op een plek waar je echt nooit komt als klimmer. Behalve als je graag boulders opent of een gids maakt. Er liggen vier grote zwijnen onder die snuivend wegstormen als ik aan kom lopen. Ook de andere nieuwe boulders in Franchard Ermitage, Raymond en Cuisinière vind ik snel. In een korte middag kan ik weer een dag werken van mijn lijstje afstrepen. ’s Avonds nodigen Neil (van MaisonBleau) en Daniel (een Zweed die elk jaar maandenlang in Bleau verblijft) me uit om Kebab te eten in Milly. ‘Weer eens wat anders,’ denk ik en ik vecht een gigantische mixed schotel naar binnen. Het is goedkoop en een stuk gezelliger dan alleen eten!

Zondag regent het. Toch zit ik al vroeg aan mijn citroen-frambozentaartje. Vanwege de regen wil ik gebieden doen waar ik niet eindeloos in hoef te struinen. In Boissy, Marlanval en Champlaid hoef ik steeds maar één boulder te zoeken en in te tekenen. Tussendoor kan ik dan weer even in de auto opdrogen. In Marlanval vind ik Realist 8b+ en dat lijkt me één van de mooiste moeilijke boulders van het bos. Het gaat heel vlot allemaal en dus kan ik ook het nieuwe gebied Charbonnière nog doen. Vier zevens op drie blokken in een bos waar ik nog nooit geweest ben. Ook die vind ik meteen. Ik ben er snel weer weg want de jagers die ik hoor zijn erg dichtbij. Ondanks mijn opvallende rode paraplu voel ik me helemaal niet veilig. Na een late lunch in Milly (ik kan de salade parmesan in Hotel le Cygne aanraden) is het nog wel een tijdje licht. Ik besluit Tirelipinpon te gaan zoeken. Daar heb ik eerder een keer vergeefs naar gezocht. Nu loop ik er meteen heen. Het is een rare dag, alsof ik al weet waar de boulders liggen. Ondertussen zijn mijn schoenen en broekspijpen wel helemaal doorweekt en mijn voeten steenkoud. Nog even snel twee nieuwe varianten op het blok met Guichot Business in Rocher Guichot bekijken denk ik. En hoewel ik al een paar keer eerder bij dat blok ben geweest, kan ik nou juist dat blok pas na heel lang zoeken vinden. Snel mijn eigen tekening dus nog maar even verbeteren. In het laatste licht loop ik nog naar Potala om een paar nieuwe boulders in te tekenen. Het is gestopt met regenen en het laatste zonlicht schijnt warm op de goudgele blokken. Het is doodstil en ik sta glimlachend om me heen te kijken. Ik heb in twee dagen tien gebieden en twee dagen werk van mijn lijstje gestreept. Als het vannacht droog blijft en een beetje gaat waaien, kan ik morgen misschien zelfs nog wat klimmen! Ik ben kapot en ga die avond al vroeg in bed liggen. Met een flesje wijn, crackers met rosette en de afstandsbediening van de televisie bij de hand. Als toetje had ik een blik perziken op siroop en een reep chocolade gekocht maar daar kom ik niet meer aan toe.

Het lukt me niet om uit bed te komen. Ondanks het zonlicht dat zich met kracht door de gordijnen naar binnen dringt. Mijn benen voelen zwaar, mijn voeten doen pijn en mijn rug zeurt. Ik sleep me naar de bakker en besluit het perentaartje met chocolade te testen. Twee koffie erbij dan maar. Hier en daar zijn de muren van de huizen al droog dus waarom de blokken niet? Als ik vandaag naar Rocher Fin loop en alle nieuwe boulders daar vind, kan ik nog een dag werk wegstrepen. Onderweg naar het gebied kruist mijn pad dat van nog een everzwijn. Het blijft leuk om die beesten door het bos te zien struinen. Op de heuvel met het gele zand vind ik hier en daar al een droge greep. Er is helemaal niemand. Nadat ik de nieuwe boulders heb ingetekend vind ik een wandje met vier droge opwarmers. Ik klim ze alle vier en na de laatste blijf ik even met gespreide armen op het blok staan. Als ik mijn best doe, kan ik net wat warmte van de zon voelen. En een zuchtje wind. Jaren geleden probeerde ik hier NoNameYet 7b+/7c. Veel te hard op de vingers, vond ik toen. Ik sms Daniel dat de blokken droog zijn en dat als hij buiten wil klimmen, dit zijn kans is. Hij komt er meteen aan. In mijn eentje krijg ik het niet voor elkaar om alle passen te maken. Ik klim (of open) wel een variant iets meer naar rechts die een stukje makkelijker, maar minder mooi is. Samen werken we de passen van de originele variant uit maar als we pogingen gaan doen, vallen we steeds op de laatste, relatief makkelijke passen. Na té veel pogingen klim ik hem om half vijf.

Om tien over vijf stap ik in de auto. Voorbij Parijs gaat de cruise control te hoog. Ik rij in één ruk door naar huis. In stilte. Af en toe een ‘flauwe bocht naar rechts’. Het vriest niet meer. Alle autowrakken zijn opgeruimd. Om precies tien uur stap ik in Rotterdam uit. Nog 13 dagen werken in het bos. Hoewel, ik voeg ook een dag toe; nieuwe boulders, nieuwe gebieden!

Van NoNameYet maakte Daniel deze foto’s. In een ander weekend maakte hij dit filmpje van me in Symbiose (gauche). Ik moet erbij zeggen dat ik deze boulder klom met een slepend voetje over de crashpad en dat ik dus nog een keer terug moet om hem af te maken.

Bart van Raaij - Symbiose gauche 7C from Daniel Olausson on Vimeo.

One Response to “7 + 8”

  1. Sander Says:

    Mooi verhaal Bart!
    Groeten Sander

Leave a Reply